Wie in Vlaanderen fietst, komt vroeg of laat op kasseien terecht. Ze horen bij de streek, bij de dorpspleinen en bij menig landelijk baantje. Voor wie er niet aan gewend is, voelt zo'n stuk aanvankelijk hobbelig en zenuwachtig. Met een paar eenvoudige gewoontes wordt het een stuk aangenamer, en soms zelfs een beetje plezierig.
Rustig blijven zitten
Vertraag voor je op de kasseien rijdt, en niet erop. Remmen op een hobbelig stuk is lastiger dan ervoor. Rijd in een rustig tempo, waarbij je je fiets goed onder controle houdt. Je hoeft niet snel te rijden, want snelheid maakt kasseien vooral onaangenaam. Wie langzamer rijdt, voelt minder van de schokken.
Houd je stuur stevig vast, maar niet krampachtig. Als je je handen te strak om het stuur klemt, trilt alles door naar je armen en schouders. Laat je ellebogen licht gebogen, zodat je armen als een soort veer werken. Blijf ontspannen zitten, en kijk ver vooruit in plaats van naar je voorwiel. Zo zie je de oneffenheden op tijd aankomen.
Kies je lijn slim. Op veel kasseiwegen is het midden vlakker dan de randen, of andersom, dat merk je snel. Let op losse stenen, gaten en natte plekken, want die kunnen glad zijn. Bij regen worden kasseien beduidend gladder, dus neem dan extra rustig de bochten en ga niet plots remmen. Zo blijf je stabiel op de fiets.
Bij het kiezen van je route mag je gerust een alternatief zoeken. Er zijn meestal ook asfaltwegen en fietspaden in de buurt, en soms is een stukje omrijden gewoon fijner. Op een tocht met kinderen of met bagage kies je liever een vlakker traject. Aan de andere kant is een kasseistrook op de juiste dag, zonder haast en met goed weer, echt een beleving.
Controleer voor je vertrekt of je banden goed zijn en niet te hard staan. Een iets zachtere band vangt meer op dan een keiharde. Zorg ook dat je bagage goed vastzit, want op kasseien schuift alles los. Na de tocht is het leuk om even na te praten over wat je gezien hebt. Kasseien zijn een deel van de streek, en wie ze leert kennen, ziet die streek met andere ogen.