Een weerstandsband is niet meer dan een lus of een strook elastiek, maar hij neemt bijna geen plek in en kan bijna overal mee naartoe. Thuis leg je hem naast de bank, en op reis past hij in een hoekje van je koffer. Wie zin heeft in een paar lichte bewegingen, zonder naar buiten te gaan of naar een sportschool te moeten, kan er heel goed mee uit de voeten.
Thuis bij de hand
De beste plek voor de band is een plek waar je hem ziet. Leg hem in een mandje naast de bank, hang hem aan een haak in de gang of bewaar hem in een la bij de tv. Als hij onder in een kast ligt, ben je hem bijna vergeten. Wat je ziet, gebruik je eerder, en het kost geen enkele moeite om hem even te pakken.
Je hoeft geen programma te volgen. Trek de band eens rustig uit elkaar, houd hem met twee handen vast en beweeg je armen langzaam. Of zet hem om je voeten en duw voorzichtig. Het gaat om een aangename, rustige beweging, niet om een prestatie. Doe wat prettig voelt, en stop als het niet meer leuk is. Luister naar je lichaam en neem het rustig.
Combineer de band met iets wat je toch doet. Terwijl het koffiezetapparaat draait, terwijl het journaal loopt of terwijl je wacht tot de pasta gaar is, kun je een paar rustige bewegingen maken. Zo hoef je geen aparte tijd vrij te maken, en het wordt vanzelf een gewoonte. Voor veel mensen is dat de beste manier om iets vol te houden.
In de koffer is de band een handig ding. Hij is licht en neemt geen plaats in, dus je kunt hem altijd meenemen. In een hotelkamer, op een camping of bij vrienden thuis heb je meteen een klein oefenmoment. Het geeft een vertrouwd gevoel, ook als de rest van de omgeving nieuw is. Kijk af en toe of de band nog heel is. Als je scheurtjes ziet of als hij dun wordt, is het tijd voor een nieuwe. Bewaar hem droog en uit de zon, want dat helpt hem langer mee te gaan. Zo blijft hij een trouwe metgezel, die je op een rustige dag gezelschap houdt.